Zelfkennis

Het geluidsbestand wordt geladen
Noten van Zelfkennis

Afspeelinstellingen

Orgelmodus

Informatie over dit gezang

Auteur(s):

Zelfkennis
Zelfkennis

1 Wie ben ik toch,
zo vol bedrog
en ongerechtigheden?
Wie ben ik, Heer'?
Ach, zie toch neer,
om Uw barmhartigheden.

2 Wie ben ik, Heer'!
'k Vind daag'lijks meer
mij met mijzelf bedrogen.
Hoe dieper 'k graaf,
hoe minder braaf
ik word in eigen ogen.

3 Och, volgd' ik, Heer',
Uw voetstap meer
op Uw gebaande wegen;
de weg is smal,
maar overal
komt Gij Uw kind'ren tegen.

4 Wie is er rein?
In Uw Fontein
gewassen van de zonden?
Wie blijft dan nog
niet vol bedrog
en aan het kwaad gebonden?

5 De weg is hoog;
voor 's Vaders oog
in eenvoud hier te wand'len,
is Zijn gebod.
En 't zaligst lot:
naar Zijne wil te hand'len.

6 Onz' eigen wil zwijg'
voor U stil, o Heer'
der legerscharen.
O, God en Heer',
Uw roem en eer
zult Gij wel trouw bewaren.