Lijdensoverdenking

Het geluidsbestand wordt geladen
Noten van Lijdensoverdenking

Afspeelinstellingen

Orgelmodus

Informatie over dit gezang

Auteur(s):

Lijdensoverdenking
Lijdensoverdenking

1 Lieve Heiland! als ik heden,
't geen Gij hebt voor mij geleden,
aan mijn zielenoog vertoon:
o, wat hebt Gij al gedragen!
Banden, spotten, speeksel, slagen,
geselriemen, doornenkroon;
banden, spotten, speeksel, slagen,
geselriemen, doornenkroon.

2 Ga ik met U ook de trappen
van de Schedelberg opstappen;
zwaarder smart wordt daar beschouwd.
'k Zie de beulen U met spijkers,
in een drom van boze kijkers,
naag'len aan 't vervloekte hout;
in een drom van boze kijkers,
naag'len aan 't vervloekte hout.

3 'k Zie U daar vol pijnen hangen
in de bangste zielenprangen.
'k Hoor U kermen: 'O, Mij dorst!'
Ja! nog in die duisternissen
moet Gij 's Vaders troostlicht missen.
En daar sterft Gij, Levensvorst!
moet Gij 's Vaders troostlicht missen.
En daar sterft Gij, Levensvorst!

4 Ga ik verder dan bevroeden
wat Uw wonden zo deed bloeden:
ach! 't is mijn zondenschuld.
Gij, o Borge! gaf voldoening
aan de Rechter, tot verzoening.
Dus is 't recht der wet vervuld;
aan de Rechter, tot verzoening.
Dus is 't recht der wet vervuld.

5 Kon ik nu met tranenplassen
't bloed van Uwe wonden wassen.
Was 't geloof mijn oog en hand
om U aldus aan te kleven!
Uit Uw dood was dan mijn leven
en mijn eer uit Uwe schand';
uit Uw dood was dan mijn leven
en mijn eer uit Uwe schand'.