De tollenaar in de tempel

Het geluidsbestand wordt geladen
Noten van De tollenaar in de tempel

Afspeelinstellingen

Orgelmodus

Informatie over dit gezang

Auteur(s):

De tollenaar in de tempel
De tollenaar in de tempel

1 Maar de tollenaar verslagen,
durfde 't oog niet opwaarts slaan,
maar van verre, door veel klagen,
sloeg zijn borst in 't hart belaân.
Sprak: 'O Heere, treed toch niet
met Uw zondaar in 't gerichte.
Ach, mijn rouw en boet' aanziet.
Ik schaam mij voor Uw gezichte.'

2 Deze, zeg ik, is rechtvaardig
weder naar zijn huis gekeerd.
d' Eigenliefde is niet waardig
dat ze wordt van God geëerd.
Wie zijn eigen deugden roemt,
wordt door God terneer gesmeten:
d' eigenliefde wordt verdoemd
en in d' afgrond neergereten.

3 Wie zich klein houdt voor elks ogen,
innig vreest en dient zijn God,
zal Hij namaals weer verhogen,
schoon zij zijn der wijzen spot.
Want Gods liefde zich verneêrt;
eigenliefd' wil zich verheffen.
Dus, o zondaars, u bekeert,
want de val zal d' hoogmoed treffen.