Gebed des Heeren

Geen notenbalk en/of audio beschikbaar
Gebed des Heeren

Afspeelinstellingen

Tempo:

Informatie over deze psalm

Auteur(s):

J.E. Voet
D. Sanderman
Gebed des Heeren
Gebed des Heeren

1O allerhoogste Majesteit,
Die in het rijk der heerlijkheid
De heem'len hebt tot Uwen troon,
Wij roepen U, in Uwen Zoon,
Die voor ons heeft genoeg gedaan,
Als onzen Vader need'rig aan.

2Geheiligd word' Uw Naam; ai, geef,
Dat elk, waar hij op aarde leev',
Dien Vadernaam erkennen moog',
Uw deugden roeme hemelhoog;
Dat elk, als kind, aan U gelijk'
En in zijn doen Uw beelt'nis blijk'.

3Uw koninkrijk koom' toch, o Heer'!
Ai, werp den troon des satans neer!
Regeer ons door Uw Geest en Woord;
Uw lof word' eens alom gehoord,
En d' aarde met Uw vrees vervuld,
Totdat G' Uw rijk volmaken zult.

4Uw wil geschied', Uw wil alleen,
Als in den hemel, hier beneen;
Uw wil is altoos wijs en goed;
't Is majesteit, al wat Gij doet.
Dat ieder stil daarin berust';
En Uw bevelen doe met lust.

5Geef heden ons ons daag'lijks brood;
Betoon Uw trouwe zorg in nood
Gij weet, wat elk op aard' behoev'.
Dat ons dan geen gebrek bedroev';
Dat nooit Uw zegen van ons wijk';
Die maakt alleen ons blijd' en rijk.

6Vergeef ons onze schulden, Heer'!
Wij schonden al te snood Uw eer.
De boosheid kleeft ons altijd aan
Wie onzer zou voor U bestaan,
Had Jezus niet voor ons geleen?
Wij schelden kwijt, die ons misdeen.

7Leid ons in geen verzoeking ooit,
Verberg voor ons Uw aanzicht nooit!
Gij weet het, onze kracht is klein;
De driften veel, en 't hart onrein.
Wat wordt er van ons in dien staat,
O Vader, zo Gij ons verlaat?

8Verlos ons uit des bozen macht;
Bescherm, en sterk ons door Uw kracht
Wij zijn toch zwak, Zijn sterkt' is groot;
Dus zijn w' elk ogenblik in nood.
Hier komt nog vlees en wereld bij,
Ai, sterk ons dan, en maak ons vrij.

9Want Uw is 't Koninkrijk, o Heer',
Uw is de kracht, Uw is al d' eer!
U, die ons helpen wilt en kunt,
Die in Uw Zoon verhoring gunt,
Die door Uw Geest ons troost en leidt,
U zij de lof in eeuwigheid.

10Ja, Amen, trouwe Vader, ja;
Wij maken staat op Uw gena!
Ons hart, o God, die alles ziet,
Veroordeelt ons in 't naad'ren niet;
Het zegt, daar G' op ons bidden let,
Gelovig "Amen" op 't gebed.