Psalm 141

Geen audio beschikbaar
Psalm 141

Afspeelinstellingen

Tempo:

Iso-ritmisch:

Informatie over deze psalm

Auteur(s):

J.E. Voet
D. Sanderman
Psalm 141
Psalm 141

1'k Roep, Heer', in angst tot U gevloden,
Ai, haast U tot mijn hulp en red;
Hoor naar de stem van mijn gebed,
Daar ik U aanroep in mijn noden.

2Mijn bee, met opgeheven handen,
Klimm' voor Uw heilig aangezicht,
Als reukwerk, voor U toegericht,
Als offers, die des avonds branden.

3Zet, Heer', een wacht voor mijne lippen;
Behoed de deuren van mijn mond,
Opdat ik mij, tot genen stond,
Iets onbedachtzaams laat' ontglippen.

4Neig' nooit mijn hart tot kwade zaken,
Om tot goddloosheid mij te spoen,
Met mannen, die verkeerdheid doen;
Laat mij hun lekkernij niet smaken.

5D' oprechte sla mij zonder vrezen,
Ik reken zulks weldadigheid;
En zijn bestraffing, die niet vleit,
Zal olie op mijn schedel wezen.

6Dat slaan zal mij het hoofd niet breken;
'k Zal, door dat liefdeblijk vermaakt,
Als een uit hen in rampspoed raakt,
Te vuurger om zijn redding smeken.

7'k Heb hunne rechters vrij gelaten;
De rots getuigt; elk heeft gehoord,
Hoe aangenaam mijn vriendlijk woord
Was ingericht tot die mij haten.

8Men heeft ons wreed vaneen gereten,
Verstrooid als beendren aan het graf,
Als iets, waar niemand acht op gaf,
Gekloofd, verdeeld, en weggemeten.

9Doch op U zien mijn schreiend' ogen;
Op U betrouw ik in 't verdriet.
Verlaat, ontbloot mijn ziel toch niet,
O Heer', o eeuwig Alvermogen.

10Bewaar mij voor 't geweld der strikken,
Die tot mijn val mij zijn gelegd,
Door hen, die wars van 't heilig recht,
Het boze doen all' ogenblikken.

11Dat, die goddloos zijn siddrend vrezen,
Elk hunner in zijn garen vall',
Totdat ik onverhinderd zal
Voorbijgaan en veilig wezen.