Statenvertaling

Psalmen 82

Psalmen

Psalm 82 stelt God tegenover de onrechtvaardige rechters. Zij worden door God veroordeeld, omdat ze aan het volk Israël geen goed hebben gedaan. God zal hen oordelen.

Roeping der rechters

82 1 EEN 1psalm van Asaf.
God 2staat 3in de vergadering Godes, 4Hij oordeelt 5in het midden der goden.

2 6Hoe lang zult gijlieden onrecht oordelen, en 7het aangezicht der goddelozen aannemen? Sela.

3 8Doet recht den arme en den wees, 9rechtvaardigt den verdrukte en den arme.

4 aVerlost den arme en den behoeftige, rukt hem uit 10der goddelozen hand.

5 11Zij weten niet en verstaan niet, zij 12wandelen steeds in duisternis; 13dies wankelen alle fundamenten der aarde.

6 14Ik heb wel gezegd: Gij zijt goden, en gij zijt allen kinderen des Allerhoogsten;

7 15Nochtans zult gij sterven 16als een mens, en 17als een van de vorsten zult gij 18vallen.

8 Sta op, o God, 19oordeel het aardrijk; bwant 20Gij bezit alle natiën.