Statenvertaling

Jesaja 15

Jesaja

Jesaja profeteert over de verwoesting van het land van Moab.

Profetie tegen Moab

15 1 DEa1 last van Moab.
Zekerlijk, in den nacht 2is 3Ar-Moabs 4verwoest, zij is uitgeroeid; zekerlijk, 5in den nacht is 6Kir-Moabs verwoest, zij is uitgeroeid.

2 7Hij 8gaat op naar 9Baïth en 10Dibon en naar11Bamoth om te wenen; over 12Nebo en over 13Médeba zal Moab 14huilen; 15op bal haar hoofden is kaalheid, aller baard is afgesneden.

3 Op haar wijken hebben zij 16zakken aangegord; 17op haar daken en op haar straten huilen zij altemaal, 18afgaande met geween.

4 19Zo 20Hesbon als Eleále 21schreeuwt, hun stem wordt gehoord tot 22Jahaz toe; daarom 23maken 24de toegerusten van Moab een geschrei, 25eens iegelijks ziel 26in hem is kwalijk gesteld.

5 27Mijn hart schreeuwt over Moab, haar 28grendels zijn naar 29Zoar toe, de 30driejarige vaars; want hij gaat op 31met geween naar den opgang van Luhith, want op den weg naar Horonáïm verwekken zij 32een jammergeschrei.

6 Want 33de wateren van 34Nimrim zullen enkel verwoesting wezen, want het gras is verdord, het tedere gras is vergaan, er is geen groente.

7 Daarom zullen 35zij den overvloed dien zij 36vergaderd hebben, 37en hetgeen dat zij weggelegd hebben, 38aan de beek der wilgen voeren.

8 Want 39dat geschreeuw 40zal omgaan door de landpale van Moab, haar gehuil 41tot Eglaïm toe, ja, 42tot Beër-Elim toe zal haar gehuil zijn.

9 43Want de wateren van Dimon 44zijn vol bloed, want 45Ik zal Dimon nog meer toeschikken: te weten46leeuwen 47over de ontkomenen van Moab, mitsgaders over het overblijfsel 48des lands.